• Fondsvergelijking

Dividend is king

Met de lage rentes blijven dividendaandelen interessant

“Do you know the only thing that gives me pleasure? It’s to see my dividends coming in.” Is getekend, John D. Rockefeller, lange tijd de rijkste man ter wereld. John Rockefeller is alweer een hele tijd dood, maar uitgekeerde dividenden maken beleggers nog altijd blij. Dat is logisch, want dividend is een belangrijk deel van het aandelenrendement. In de periode 1940 tot en met 2010 was dividend goed voor 52,7% van het Amerikaanse aandelenrendement, zo meldt Wiki. “In de periode 1990-2000 waarin de aandelenkoersen een zeer sterke stijging doormaakten, was de bijdrage van het dividend nog steeds 25%.” 
Zeker de laatste jaren zijn dividendaandelen zeer populair. Met obligatierentes die richting nul of daaronder bewogen zochten beleggers naar alternatieven om inkomen te genereren. Dat was ook de uitkomst van een groot onderzoek uit 2016 van de Britse vermogensbeheerder Schroders onder 20.000 beleggers uit 28 landen.  “De aantrekkingskracht van de aandelenmarkten op inkomensbeleggers is groot. Zonder twijfel speelt dividend hierin een belangrijke rol, zo niet de belangrijkste. Waar tussen 1900 en 2012 Britse aandelen jaarlijks een rendement van 0,6% opleverden zonder dividend, is het jaarlijkse rendement inclusief dividend en gecorrigeerd voor inflatie 5,2%.” 

Minder houdbaar

Maar zoals niet zeker is of bedrijven de door hun uitgegeven obligaties kunnen aflossen, zo is ook nooit zeker dat bedrijven dividend blijven uitkeren. Zodra de winsten dalen, dalen de dividenduitkeringen mee. Om te ontdekken hoe houdbaar dividenden zijn, kan er gekeken worden naar de zogenoemde dividendratio. Deze ratio wordt berekend door de winst per aandeel te delen door het dividend per aandeel. 

Hoe is het met die dividendratio gesteld? Nog geen tien jaar geleden lag deze ratio volgens Schroders boven de 3, maar in de afgelopen tien jaar is de ratio naar een historisch laag niveau afgedaald. Volgens de berekeningen van Schroders is de dividendratio in Europa gedaald van 3,4 naar 1,8, in de Verenigde Staten van 3,1 naar 2,1 en in Azië van 5,2 naar 4,3.

Voor Europa en de Verenigde Staten zijn het enigszins zorgelijke cijfers. Want zo legt Schroders uit: “Een bedrijf met een dividendratio lager dan 2 heeft minder ruimte om te variëren met dividenduitkeringen. Als de bedrijfswinst daalt, moet het management vaak een keuze maken tussen minder investeren in het bedrijf, lenen om dividend uit te keren, of snoeien in het dividend. Een ratio onder 1 laat alle alarmbellen afgaan, omdat het betekent dat een bedrijf niet genoeg winst maakt om dividend te betalen.”

Selectie is key
Even verderop in Londen bij het beleggingshuis Henderson uit Ben Lofthouse zich enigszins zorgelijk over de houdbaarheid van de dividenduitkeringen. In 2016 werd er volgens hem wereldwijd voor 1,154 biljoen dollar aan dividend uitbetaald. Voor dit jaar rekent hij op 1,158 biljoen dollar, een stijging van een schamele 0,3%. Veel hangt af van wat de oliemaatschappijen doen. Zij zijn van oudsher royale dividendbetalers maar hun winsten staan zwaar onder druk. Royal Dutch Shell leent inmiddels geld om zijn dividend te betalen. Dat is geen gezonde situatie. 

Ben Lofthouse, die een dividendfonds runt, selecteert zijn aandelen dan ook niet op de hoogte van het dividend maar op de houdbaarheid ervan. Dat is de reden dat hij vooral geïnteresseerd is in de cashflow per aandeel.  De houdbaarheid van het dividend verschilt sterk per sector. Tech, farma maar ook banken verdienen volgens hem genoeg om hun aandeelhouders steeds royaler te belonen. Dividendpijn zit er vooral bij de nuts- en telecombedrijven, die het dividend sinds 2009 gelijk lieten of verlaagden.

Ben Lofthouse: “Je hebt geen idee welke kant markten opgaan, maar je kunt wel een beleggingsportefeuille samenstellen met een zekere mate van zekerheid hoeveel inkomen eruit komt. Dividend staat voor het langetermijnvertrouwen dat bestuurders hebben in hun bedrijf.”

Fondstoppers
Twee wereldwijd beleggende dividendfondsen, die in Nederland veel bekendheid genieten, zijn DWS Top Dividende en Kempen Global High Dividend Fund. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen?

Rendement 5 jaar (gemiddeld per jaar)
DWS Top Dividende: 12,7%
Kempen High Dividend: 11,8%

Rendement 1 jaar
DWS Top Dividende: 12,7%
Kempen High Dividend: 19,0%

Dividendrendement
DWS Top Dividende: 2,44%
Kempen High Dividend: 4,25%

De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Lopende kosten
DWS Top Dividende: 0,90%
Kempen High Dividend: 0,78%

Risico (standaarddeviatie)
DWS Top Dividende: 10,1%
Kempen High Dividend: 13,0%

Geografische verdeling
DWS Top Dividende: Verenigde Staten (45,2%), Europa (35,2%), Azië (13,2%)
Kempen High Dividend: Europa (46,4%), Verenigde Staten (29,9%), Azië (13,5%)

Top 3-sectoren
DWS Top Dividende: Defensieve consumptiegoederen (27,6%), telecom (14,6%), farma (13,4%)
Kempen High Dividend: financials (24,2%), telecom (10,9%), grondstoffen (9,4%)

Aantal aandelen
DWS Top Dividende: 55
Kempen High Dividend: 101

Bron gegevens over fondsen: Morningstar, peildatum: 24 maart 2017

Conclusies
Het dividendfonds van Kempen heeft een goed jaar achter de rug. De oorzaak daarvan is de grote hoeveelheid banken en grondstoffenfondsen, die het goed hebben gedaan. Pluspunt van het Kempenfonds is ook dat het iets goedkoper is dan de Duitse concurrent en iets meer aandelen in de portefeuille heeft. Inkomenbeleggers zullen blij zijn met het riante dividend dat Kempen Global High Dividend heeft uitgekeerd. 

En DWS Top Dividende dan? Dat deed het beter op de lange termijn en is minder risicovol, doordat het sterk inzet op defensieve consumentenbedrijven, zoals Unilever. 

 

 

Ook beleggen bij Binck?


Word klant   Log in