• Analyse

Actief en passief beleggen

Wat zijn de kosten en prestaties?

Bijna 250 jaar geleden werd ’s werelds eerste beleggingsfonds opgericht door Abraham van Ketwich: Eendragt Maakt Magt. Afgezien van de spelling was de doelstelling van het fonds heel modern: het fonds zou beleggers een gespreide positie (in obligaties) bieden waardoor de risico’s werden verminderd. In 1824 werd het fonds geliquideerd, mede door de Engelse oorlogen en het verlies van invloed in Europa van Nederland en zijn economie.

Het oudste nu nog bestaande Nederlandse beleggingsfonds is Robeco (Rotterdamsch Beleggings Consortium), dat in 1929 het levenslicht zag. In de jaren negentig waren beleggingsfondsen razend populair, maar de eerste tekenen dat een nieuw soort fonds een geduchte concurrent ging worden, waren al aanwezig. In december 1975 richtte John Boggle het eerste van dit nieuwe type fonds op, een indexfonds, met als onderliggende waarde de S&P 500. Echt populair werd echter de in 1993 geïntroduceerde SPDR ETF, ook met de S&P 500 als onderliggende index. Dit indexfonds is nu één van de grootste in de wereld.

Voordeel van lage kosten
Eind jaren negentig werd circa 100 miljoen dollar belegd in ETF’s en aanverwante fondsen. Momenteel is het belegde passieve vermogen gegroeid tot meer dan 2.000 miljard dollar! De populariteit van indexfondsen is niet verwonderlijk. Het bekendste en meest beklijvende voordeel van passieve beleggingen ten opzichte van actief beheerde beleggingsfondsen, zijn de lage kosten. Hoe lager de kosten, hoe meer er overblijft voor het rendement. Dat is een sterk argument, maar de vraag is hoeveel de kosten schelen ten opzichte van de ouderwetse actieve beleggingsfondsen.

Ik bekijk het actieve Fidelity World Fund nader. Dit fonds heeft in totaal 1,05% op jaarbasis aan lopende kosten. Dat is voor een actief beheerd fonds zeker niet hoog. Het fonds wil zijn prestaties vergelijken met de MSCI World Index. In dat verband is het logisch de kosten van een ETF gericht op deze wereldindex als vergelijkingsmaatstaf te nemen. De iShares Core MSCI World ETF volgt deze index en de jaarlijkse kosten die het fonds rekent bedragen 0,20%. Dat is aanzienlijk minder dan het actieve fonds rekent.

Kostenvergelijking
Nu ga ik bij het vaststellen van de werkelijke kosten in mijn ETF-analyses altijd uit van het verschil tussen de ETF-prestatie en die van de onderliggende bruto index. Voor de iShares-ETF blijken de werkelijke kosten uit te komen op circa 0,44% per jaar, gebaseerd op de resultaten over de laatste twee volle kalenderjaren. Het verschil tussen 0,20% en 0,44% wordt onder andere veroorzaakt door transactiekosten (die zitten niet in de officiële kostenratio’s) en dividendlekkage. Veel fondsen zijn niet in staat om de ingehouden bronbelasting op het uitgekeerde dividend van de aandelen waarin wordt belegd (geheel) terug te vorderen.

Ook de werkelijke kosten van het Fidelity-fonds zullen afwijken van de aangegeven 1,05%. Echter, het is niet mogelijk om deze werkelijke kosten te berekenen. Er is echter geen aanleiding om te veronderstellen dat de werkelijke kosten van het Fidelity-fonds niet ook circa 0,25% hoger liggen dan de officiële ratio van 1,05%.  Passief beleggen in de wereldindex is ieder geval dus circa 0,8% per jaar goedkoper dan actief werelds beleggen in het Fidelity-fonds.

Totale prestaties
Kosten zijn belangrijk, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de totale prestatie van de verschillende fondsen. Op dat gebied scoort het actieve fonds niet slecht. Sinds de oprichting in 2007 heeft Fidelity jaarlijks een rendement van 6,6% gemaakt. Dat is beter dan de 5,9% die de index behaalde. Ik teken daarbij wel aan dat Fidelity zichzelf met de netto index vergelijkt. In feite is het eerlijker naar de bruto index te kijken. De bruto index geeft een betere vergelijking, en dan blijkt het rendement van de index circa 0,3% hoger op 6,2%. Ondanks de kosten heeft Fidelity dus toch beter gepresteerd dan de index. Dat komt nog duidelijker naar voren als we de driejaarsperiode bekijken, waarin het actieve fonds 17,1% behaalde tegen 14,5% voor de bruto index. 

De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Toch is hiermee nog niet het hele verhaal verteld. Fidelity vergelijkt weliswaar met de MSCI World Index, het is de vraag of het fonds hetzelfde risicoprofiel heeft. Dan blijkt dat de volatiliteit over de afgelopen jaar op 13,7 ligt, terwijl die van de index op 10,7 uit is gekomen. Het fonds heeft derhalve op basis van de volatiliteit een wat hoger risicoprofiel.

Uitzondering op de regel
Kortom, de belegger is met het passieve iShares-fonds goedkoper uit, maar heeft over de afgelopen jaren meer rendement kunnen maken met het actieve fonds, zij het dat dit gepaard is gegaan met het nemen van meer risico.

Waarop baseren analisten dan hun opvatting dat de meeste actieve fondsen de index niet verslaan? Eén van de bronnen is het SPIVA-onderzoek van indexuitgever S&P. Op de voorpagina van hun website staat al groot aangegeven dat over een vijfjaarsperiode 88,3% van de actieve fondsen de S&P 500 Index niet verslaat. Over een driejaarsperiode is dat zelfs 93,9%. Helaas zijn er geen cijfers voor de wereldindices beschikbaar, maar de cijfers daarvoor zullen niet geheel anders liggen. Al is het maar omdat de Verenigde Staten een groot deel van de wereldindices uitmaakt.

Kortom, op grond van uitgebreide analyses is beleggen in ETF’s in zijn algemeenheid een goede keuze met betrekking tot kosten en prestaties. Het Fidelity Fund is als actief fonds, ondanks het hogere risico, een positieve uitzondering op deze constatering. Het is geen gekke gedachte voor beleggers die in een wereldindex willen beleggen, zowel het actieve Fidelity-fonds als het passieve iShares-fonds in hun portefeuille op te nemen.

Gerelateerde fondsen

Fonds ISIN
Fidelity World Fund LU0318941662
iShares Core MSCI World ETF  IE00B4L5Y983