• Portefeuillemanagement

Actief versus passief beleggen

Welke vorm moet u kiezen?

Veel van onze klanten zijn actieve zelf beleggers. U wilt autonoom kunnen opereren en uw eigen keuzes kunnen maken. Toch kan de term passief beleggen op u slaan. Een passieve (index) belegger belegt namelijk in indexen en doet dat waarschijnlijk door middel van ETF’s.

Een ETF’s staat voor Exchange Traded Fund en ze werden in het verleden ook wel trackers genoemd (to track = volgen). Het zijn beleggingsproducten waarbij u in één aankoop “de index” koopt. Gemakkelijk en daarbij zijn de kosten laag (ongeveer 0,2% op jaarbasis). Bovendien zijn vrijwel alle indices te volgen door te beleggen in ETF’s. U kunt dus als actieve zelfbelegger uitstekend een gedeelte van uw portefeuille passief vorm geven.

Actief beleggen

Naast de ETF’s zijn er ook beleggingsfondsen die vaak een actief beleggingsbeleid hebben. En dat actieve beleid is erop gericht om de index te verslaan. Een index is daarmee de benchmark geworden die verslagen moet worden.

In de hiernaast getoonde tabel ziet u hoe vaak de beleggingsprofessionals hiertoe in staat zijn. Zeker op de wat langere termijn is het geen sinecure om de benchmark – na aftrek van kosten – te verslaan. Betekent dit nu het einde van actief beheerde beleggingsfondsen? Nee, want er zijn er nog steeds een aantal dat de benchmark wel verslaan. De vraag is: welke zijn dat dan? En is het zo dat degene die het dit jaar gelukt is de benchmark te verslaan, dat volgend jaar weer zal doen? Helaas zijn de antwoorden op deze vragen niet eenduidig te geven. Maar er is wel een aantal ratio’s die kunnen helpen bij het beoordelen van rendement en risico.

Active share van beleggingsfondsen

Uit onderzoek blijkt dat actieve fondsmanager (die dus afwijken van de indexsamenstelling) gemiddeld een beter rendement scoren dan die fondsmanagers die (vrijwel) niet van de index afwijken. Hoe hoger de active share van een beleggingsfonds is, hoe meer er afgeweken wordt van de index die als benchmark fungeert. Een active share van 40% procent betekent dat 40% van de holdings van het beleggingsfonds afwijkt van de benchmark. Helaas is dit cijfer niet zo eenvoudig te vinden maar als u kiest voor een actief beheerd beleggingsfonds, neem dan geen “indexhugger” maar een daadwerkelijk actief beheerd fonds.
Een interessant stuk over dit onderwerp vindt u hier.

 

Regio

% that beat benchmark in 5

Years

% that beat

benchmark in 10

Years

% that beat

benchmark in 15

Years

European Equity

25

22

18

Eurozone Equity

27

21

12

Asia ex-Japan Equity

21

22

24

Japan Equity

12

11

19

US Equity

6

6

18

Global Equity

11

14

13

Emerging Equity

14

11

23

EUR Corporate Bond

20

8

0

EUR Government Bond

11

9

0

Source: Vanguard (2013) “The case for index fund investing for European and offshore investors”. Bij de weergegeven percentages is rekening gehouden met survivorship bias. Survivor ship bias houdt in dat het rendement van de beleggingsfondsencategorie gekleurd is omdat het rendement van de geliquideerde beleggingsfondsen – in die categorie – niet meegenomen wordt. 


Sharpe ratio

De Sharpe ratio is ontwikkeld door – de latere Nobelprijswinnaar – William Sharpe. Er wordt bij deze ratio gekeken naar de relatie rendement en het risico dat gelopen is bij het behalen van het rendement. In formulevorm:

Sharpe ratio = het gemiddelde rendement van de investering -/- risicovrije rente gedeeld door beweeglijkheid van het gemiddelde rendement.

Een voorbeeld: 

Gemiddeld rendement van de investering = 8%
De risicovrije rente = 1%
Beweeglijkheid van het gemiddeld rendement is 6%

(8-1)/6 = een Sharpe ratio van 1,16

Nu is het goed mogelijk dat een andere fondsmanager weliswaar een hoger absoluut rendement behaald heeft, maar dat de Sharpe ratio toch lager uitkomt. Dit betekent dat hij meer risico heeft genomen om het risico te behalen! Zie het volgende voorbeeld: 

Gemiddeld rendement van de investering = 11%
De risicovrije rente = 1%
Beweeglijkheid van het gemiddeld rendement is 12%
(11-1)/12 = een Sharpe ratio van 0,83


Tracking error

De tracking error laat zien in hoeverre het rendement voor de belegger afwijkt van het rendement afwijkt van de benchmark. Bij een “indexhugger” zal de tracking error heel laag zijn. Bij een actieve beheerder met een hoge active share zal er waarschijnlijk sprake zijn van een hogere tracking error. Maar dat is ook waar u als belegger naar op zoek bent. Als u het rendement van de index wilt, kunt u dat eenvoudig bereiken met een ETF. 

Alfa

De alfa is een getal dat de toegevoegde waarde van een fondsmanager aangeeft. Bij een positieve alfa is er sprake van toegevoegde waarde want er is sprake van een outperformance ten opzichte van de benchmark. Als de alfa negatief is, dan is er geen toegevoegde waarde van de fondsmanager. Hij is niet in staat om de benchmark te verslaan. 

Tot slot

Als zelfbelegger dient u welbewust een keus te maken of u kiest voor het volgen van een index – kan eenvoudig in de vorm van een ETF – of dat u kiest voor een beleggingsfonds dat probeert “de index te verslaan”. Dat consistent verslaan van de index is geen eenvoudige opgave, maar er is wel een aantal ratio’s die u kunnen helpen bij het maken van een weloverwogen keus voor een actief beheerd beleggingsfonds.

Ook beleggen bij Binck?


Word klant   Log in