• Alles over opties

De ene delta is de andere niet

Alles wat u moet weten over de optiegrieken

Slimme beleggers zijn bezig om hun beleggingsportefeuille op zo'n manier te managen dat er maximale winst behaald kan worden bij een gegeven risico. Opties kunnen daarbij een uitstekende rol vervullen. Bij opties zijn er een aantal parameters die daarbij inzicht kunnen verschaffen; de Grieken. In dit artikel zal ik één van de vijf Grieken bespreken en dat is de dynamiek van de delta.

De delta

Voor het juiste begrip over wat de delta is zet ik hieronder de drie definities die er zijn:

  • Ten eerste vertelt de delta u hoeveel de optie in prijs zal veranderen als de onderliggende waarde met één euro stijgt. (De delta van één aandeel is dus één);
  • Ten tweede geeft de delta de kans aan dat de optie in the money zal expireren;
  • Tot slot geeft de delta aan wat het aandelen equivalent van een optie is. Dat dit vooral door de professionele market makers gebruikt wordt. Ze kunnen hiermee bepalen hoeveel aandelen ze moeten kopen om zich te hedgen als ze 25 callopties verkopen.


De delta van een optie (positie) geeft dus aan wat de gewenste richting van de onderliggende waarde is. Als u een optie-positie heeft met een positieve delta, dan wilt u dat de onderliggende waarde gaat stijgen.

Gekochte call optie

Positieve delta

Gekochte put optie

Negatieve delta

Geschreven call optie

Negatieve delta

Geschreven put optie

Positieve delta

 

De delta van een optie is ongeveer 50 als de optie at-the-money is. Het enige dat we zeker weten is dat de delta van de optie groter dan 50 is als de optie in-the-money is en kleiner dan 50 als de optie out-of-the money is.

Bij een eenvoudige optie positie zoals een gekochte call optie of een call spread is het helder wat u wilt dat de onderliggende waarde gaat doen. Maar als er zowel opties zijn gekocht als geschreven, met zowel calls als puts, wordt het wat ingewikkelder. Als er dan ook nog gewerkt wordt met verschillende looptijden, dan neemt de complexiteit toe. De delta kan dan inzicht bieden in de gewenste richting van de onderliggende waarde. Er zijn echter wel een aantal zaken waar u rekening mee dient te houden.

De delta is dynamisch

De delta positie verandert continu. U kunt op een bepaald moment in de dag een delta positie hebben van nul, maar als de onderliggende waarde € 0,50 beweegt, is de kans heel groot dat uw delta positie niet meer nul is. Het is dus eigenlijk een momentopname die verandert in de tijd.

De delta en looptijd

Iets dat een hoop beleggers zich niet realiseren is de invloed van de looptijd op de delta van een optie. Wat u dient te onthouden is het volgende: naarmate de looptijd van de optie langer is, zal de delta meer richting de 50 gaan neigen. Stel een aandeel noteert € 100. Er is een call optie met een uitoefenprijs van 90 met een looptijd van een week en er is een call optie met uitoefenprijs 90 met een looptijd van vijf jaar. De delta van de optie met een kortere looptijd zal vrijwel 100 zijn. Dit betekent dat iedere euro beweging in de onderliggende waarde vrijwel één op één terug te vinden is in de prijs van de optie.

De 90 call met een looptijd van vijf jaar zal anders bewegen. Want denk hierbij nog even aan de tweede definitie. Deze definitie zei dat de delta de kans is dat deze optie op expiratie in the money zal zijn. En in vijf jaar kan er een hoop gebeuren.

De delta van de call optie met de langere looptijd is dus boven de 50 – hij is tenslotte in-the-money – maar niet heel veel. De delta van deze optie zou goed 55 of 60 kunnen zijn.

U ziet dus dat de korter lopende optie die in de money is vrijwel één op één beweegt met de onderliggende waarden en dat de langlopende optie veel minder hard mee beweegt. Dit is belangrijk als u bijvoorbeeld opties als bescherming wilt kopen.

De delta en volatiliteit

Ook de volatiliteit is van invloed op de delta. Ook hier maakt de tweede definitie dat het meest duidelijk. Stel, er is een aandeel A met een lage volatiliteit dat € 100 noteert en er is aandeel B met een hoge volatiliteit dat ook € 100 noteert. Op zowel aandeel A als B is een call optie beschikbaar met uitoefenprijs 90. De looptijd is in beide gevallen drie maanden.

Bij het laag volatiele aandeel A zal de delta hoog zijn; laten we zeggen 90. Dit komt omdat de kans dat de call optie met uitoefenprijs 90 in the money zal expireren 90% is. Maar als we kijken naar de call 90 van het hoog volatiele aandeel B dan zien we dat de delta lager is. Uiteraard is deze boven de 50 want de optie is in-the-money, maar lager dan 90 die gold voor aandeel A. Dit komt omdat het beweeglijke aandeel B mogelijk onder de € 90 zal expireren. De hoge volatiliteit duidt op een wijde range van uitslagen. Dit ziet u terug in de delta.

In de praktijk

Stel dat u een positie heeft in een fonds ABC en u verwacht deze positie ongeveer een jaar aan te houden. U wilt graag rustig slapen en daarom dekt u deze positie af met het kopen van een put. Nu zijn er verschillende looptijden beschikbaar en deze variëren van een maand tot vijf jaar. Nu is de langlopende optie van vijf jaar per maand weliswaar (relatief) het goedkoopste, maar dat is toch niet de juiste om te kopen. De delta van deze optie zal namelijk trager bewegen dan die van een kortlopende optie. In dit geval is het raadzaam een put optie met de looptijd van een jaar te kopen.

Nog een voorbeeld
U heeft een langlopende, in-the-money call optie (december 2021) in bezit en u wilt daar kortlopende, licht out-of-the-money call opties op schrijven. Op zich een prima strategie, maar denk er wel om dat u de geschreven optie op tijd doorrolt. De kortlopende optie gaat namelijk de delta van de langlopende optie op een bepaald ogenblik ‘inhalen’. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de langlopende optie maar € 0,65 meestijgt als de onderliggende waarde één euro stijgt, maar dat de kortlopende, geschreven call optie € 0,80 meeloopt met iedere euro stijging. Dit wilt u voorkomen en daarom is het zaak de geschreven call optie door te rollen zodra hij at-the-money komt. U kunt dan vaak naar een hogere uitoefenprijs met een kleine credit doorrollen.

Conclusie

De oplettende lezer weet dat dit verhaal eigenlijk niet over de delta ging maar over de gamma. De gamma geeft namelijk aan hoeveel de delta zal veranderen als de onderliggende waarde één euro in waarde verandert.

Wat u dient te onthouden is dat die verandering van de delta snel gaat bij kortlopende opties en veel langzamer gaat bij langlopende opties. Zorg ervoor dat u dit concept goed snapt voordat u met optieposities aan het werk gaat.

Opties zijn risicovolle producten en vereisen kennis, beleggingservaring en in veel toepassingen een hoge risicoacceptatie. Wij adviseren u, voordat u in opties belegt, u goed te informeren over de werking en risico’s. In het document center van Binck vindt u hier meer informatie over in de Handleiding Derivaten. Ook kunt op de website van Binck het Essentiële-informatiedocument (Eid) van de optie raadplegen waarin u wilt beleggen. U kunt alleen handelen in opties als u de overeenkomst derivaten heeft afgesloten.

Ook beleggen bij Binck?


Beleggen doe je bij BinckBank. Of je het graag zelf doet of wilt laten doen, bij BinckBank ben je aan het juiste adres.

Nu u hier toch bent...


Zoals u kan zien maken we u graag wijzer met nieuws, inspiratie en kansen.
Wilt u weten wat BinckBank u nog meer te bieden heeft?