• Historisch perspectief

Beleggen in historisch perspectief: een inleiding

2019 is alweer bijna voorbij. We naderen niet alleen een nieuw jaar, maar ook een nieuw decennium. En hoewel een beleggingshorizon van 10 jaar niet ongebruikelijk is, is 10 jaar vooruitdenken over je beleggingsstrategie andere koek.

Daarom neem ik u de komende 10 weken mee op reis door de tijd. Startend in 1920 blikken we terug op 10 decennia beleggen in de Verenigde Staten (dit vanwege de beschikbaarheid van data waaruit ik mijn onderzoek doe). We kijken naar de historische context: wat gebeurde er in het laatste decennium? Vervolgens maken we een vertaalslag: hoe gedroeg de economie zich en wat betekende dat voor de financiële markten? Logischerwijs eindigen we met het beantwoorden van de vraag: wat hebben we geleerd van 100 jaar beleggen?

Elk decennium is uniek, golfbewegingen zijn er altijd

De snelle technologische en sociale ontwikkeling in de Roaring Twenties. De oliecrisis in de jaren ’70. De bubbel in de huizenmarkt in de jaren ’00. Elk decennium heeft unieke eigenschappen.

Ondanks die kenmerkende eigenschappen valt elk decennium weer iets op: er is altijd een periode waarin de markten bijna precies het tegenovergestelde doen van de rest van het decennium. Kortom: golfbewegingen zijn er altijd.

Een deel van de verklaring daarvoor ligt in de interacties tussen bedrijven, werkenden, investeerders en toezichthouders. Zowel psychologische factoren als de verbanden tussen deze groepen zorgen voor zichzelf versterkende effecten in de economie.

Golfbewegingen en schulden

U zult er nog veel over lezen in de artikelen die volgen: schulden. Schulden zijn misschien wel de grootste aanjagers van golfbewegingen.

In de basis zijn schulden een middel om economisch te groeien. Denk maar aan het starten van een bedrijf. Om een bedrijf op te zetten moet zijn bepaalde investeringen nodig. Dat kan met een lening. Als het bedrijf vervolgens groeit, kan de lening worden terugbetaald. De groei is dus gefinancierd met schulden.

De eerste stap naar de golfbeweging is verrassend simpel:

Het geleend geld wat de één uitgeeft, is de inkomstenbron van een ander.

En als inkomsten stijgen, kan meer geld geleend worden. Als ik van u iets koop, stijgt uw inkomen. Een bank is bereid u meer te lenen als uw inkomen stijgt. Dit zichzelf versterkende effect leidt tot een opwaartse golf in de hoeveelheid schulden.

Golfbewegingen: de weg naar beneden lijkt op de weg omhoog

So far, so good. Iedereen leent immers om zijn productiviteit te verhogen, een prima reden voor een lening. Bedenk u echter wel:

Om aan verplichtingen in de toekomst te kunnen voldoen, moet het inkomen voldoende meestijgen met de schulden.

Stijgen schulden sneller dan inkomens, dan ontstaan er vanzelf betaalproblemen. Dit is typerend voor de top van de markt. Het algehele sentiment is positief en het kredietniveau is hoog. De positieve golfbeweging kan snel omslaan in een neerwaartse spiraal als de totale schuld te snel is gestegen.

Zoals gezegd, de uitgaven van de één zijn de inkomsten van de ander. Kan iemand zijn rekening niet meer betalen, dan dalen de inkomsten van de ander. Zijn kredietruimte gaat omlaag, wat ook hij voelt in zijn portemonnee. Voeg nog een vleugje tegenvallende economische groei toe en het recept voor een recessie/depressie is compleet.

Natuurlijk verloopt dit in de praktijk een stuk complexer, onder meer door psychologische factoren die van invloed zijn op het proces, zoals ik eerder al aangaf. Toch zien we deze concepten ieder decennium terugkomen en spelen ze steeds weer een belangrijke rol in de economische conjunctuur.

Schokken: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst

U kent de uitspraak ongetwijfeld. Het is één van de zaken die de laatste 100 jaar opvallen. Ik zei het al eerder, elk decennium was uniek. Aan het eind van het decennium leken beleggers hun verwachtingen echter veelal op de waarheden uit de laatste jaren te baseren.

Omdat beleggingsstrategieën vaak op de korte termijn werden gebaseerd, veranderden ze veel door de tijd. Bovendien speelt confirmation bias mee. Bij dit gedragsfenomeen hechten mensen relatief veel waarde aan informatie die hun eigen opvattingen bevestigd. Strategieën worden daardoor vaak het sterkst geloofd aan het eind van periodes waarin ze goed werken. Hoe zit dat bij u?

Maar wat blijkt: bij de meeste decennia ‘gedroeg’ het volgende decennium zich anders zich nagenoeg het tegenovergestelde. De heersende opvatting moest dus worden bijgesteld, en daardoor waren de schokken in de markt en economie vaak groot.

Schokken en prijsvorming

Om die schokken te begrijpen, is het goed om na te denken over hoe prijzen van beleggingen tot stand komen. Uiteindelijk is het idee daarachter altijd ongeveer hetzelfde:


Valt u ook iets op? Bijna overal staat het woord “verwacht”. Dit is het kritieke onderdeel van prijsvorming wat zorgt voor schokken. Veranderingen in prijzen worden gedreven door veranderingen in verwachtingen.

Denk maar aan de publicatie van jaarcijfers. Vallen de cijfers tegen? Dan stellen we onze verwachtingen bij en gaat de prijs van het aandeel omlaag. De verwachte waarde in de toekomst is afgenomen.

Misschien heeft u in mei van dit jaar de wedstrijd Ajax – Tottenham gezien in de Champions League. Na 96 minuten stond het 2-2. Ajax was 1 minuut van de finale verwijderd. En toen, in één laatste aanval, 2-3! Wie had dat, op dát moment, nog kunnen verwachten?

Die schok bij Ajax is de schok als de heersende opvatting verschuift aan het eind van een periode. Datgene dat we jarenlang voor waar aannamen is er niet meer.

10 decennia, 10 verhalen

Met de hierboven beschreven invalshoeken heeft u een aantal zaken waar u over na kunt denken als u de komende verhalen over de afgelopen 10 decennia leest. Natuurlijk verklaren die fenomenen niet alles. De werkelijkheid is veel complexer.

Toch is het steeds weer relevant om te weten wat de heersende opvatting is op een bepaald moment in de tijd. Wat betekent die opvatting voor verschillende beleggingsmogelijkheden? Aandelen? Of juist grondstoffen? Of misschien obligaties?

1920-1930 1930-1940 1940-1950 1950-1960 1960-1970 1970-1980 1980-1990 1990-2000 2000-2010 2010-Heden
Aandelen 9,41% -5,52% 3,22% 13,14% 4,52% 2,08% 11,85% 15,41% -2,35% 8,61%
Yield 10-jaars staatsobligaties 3,98% 2,92% 2,32% 3,05% 4,70% 7,53% 10,58% 6,66% 4,45% 2,41%
Goud 0,00% 5,41% 0,00% 0,00% 0,00% 34,00% -4,43% -3,75% 14,30% 1,65%
Grondstoffen -6,33% -8,55% 8,03% 2,36% 0,75% 24,06% -3,82% -0,09% 4,20% -5,09%
Rentevoet 5,02% 1,09% 0,48% 2,02% 4,02% 6,34% 8,81% 4,86% 2,67% 0,40%
Inflatie (Y/Y) 0,15% -1,94% 5,60% 2,06% 2,37% 7,15% 5,56% 3,00% 2,57% 1,75%
Reële economische groei 2,34% 2,28% 5,83% 4,54% 4,29% 2,37% 2,07% 2,45% 1,58% 1,79%

De weergegeven percentages zijn jaarlijkse gemiddelden over de betreffende periodes. De in deze tabel getoonde informatie is gebaseerd op data afkomstig van de St. Louis Fed, het IMFRobert Shiller, Cambridge University Press, MeasuringWorth, Bloomberg LP en NBER.

De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Volgende week beginnen we met de Roaring Twenties. Ik nodig u uit de gebeurtenissen te ervaren alsof u belegger was in die tijd. Welke beslissingen had u genomen en waarom? En tegen het licht van het bovenstaande, hoe had u uw portefeuille ingericht richting de jaren ’30?

Kortom, met deze serie van 12 willen we meer historische context geven aan de (beleggers)wereld waar u in leeft. We hopen dat meer inzicht zich vertaalt in een beter en stabieler rendement.

Beleggen kent risico’s. Uw inleg kan minder waard worden.

Meer uit deze serie

Dit artikel is onderdeel van een serie van twaalf artikelen waarin wordt besproken wat we kunnen leren van 100 jaar beleggen.


Naar het overzicht


Ook beleggen bij Binck?


Beleggen doet u bij BinckBank. Of u het graag zelf doet of wilt laten doen, bij BinckBank bent u aan het juiste adres.

Nu u hier toch bent...


Zoals u kan zien maken we u graag wijzer met nieuws, inspiratie en kansen.
Wilt u weten wat BinckBank u nog meer te bieden heeft?