• Historisch perspectief

2000 - 2010 | Huizenbubbel & financiële crisis

Het koorddansen waar we vorige week mee afsloten kwam al snel ten einde. Tegenvallende verkoopcijfers van computers en winstcijfers van dot.coms in combinatie met de renteverhogingen van de Federal Reserve joegen de beurs omlaag. Door de aanslagen van 11 september 2001 op o.a. de Twin Towers in New York werd de economie verder opgeschrikt.

Toch zorgden deze recessie en beurscrash niet voor dezelfde ellende zoals we die van de Grote Depressie kennen. Dat had verschillende redenen. Zo voorkwam het depositogarantiestelsel (wat in de Grote Depressie nog niet bestond) bank runs. Ook verlaagde de overheid de belastingen snel en wist ook de Fed de rente snel te verlagen. Daardoor kwam de economie al gauw terug op de rit.

Bruto Binnenlands Product, Miljoenen  $, waarde in 2018

De hierboven getoonde grafiek is gebaseerd op data afkomstig van MeasuringWorth.

De samenleving: Een nieuwe bubbel blaast op

Hulp kwam daarbij van de huizenmarkt, die al sinds eind jaren ’90 in de lift zat. Het barsten van de dot.com bubbel kon de pret op de huizenmarkt niet drukken. Sterker nog, het dreef aandelengeld van teleurgestelde beleggers in vastgoed, wat de bubbel alleen maar verder opblies.

In de jaren voorafgaand aan de kredietcrisis werd het leven dan ook gekenmerkt door excessen. Amerikanen waren massaal huizenbezitter en hadden soms zelfs meer dan één huis. Financiële innovaties zoals hypotheken met variabele rente maakten het mogelijk dat ook de lagere inkomens een huis konden veroorloven (in elk geval op papier).

De almaar stijgende huizenprijzen gaven aan iedereen de illusie dat de vraag naar huizen groot bleef, waardoor bouwbedrijven druk door bouwden en steeds meer speculanten hun weg naar de huizenmarkt vonden. De rente bleef na de crisis van 2001 nog een behoorlijke tijd laag, wat kredietgebruik in de kaart speelde.

Rentevoet

De hierboven getoonde grafiek is gebaseerd op data afkomstig van Cambridge University Press en Robert Shiller.

De politiek: Van bellenblaas naar redder in nood

Met twee oorlogen op het netvlies lag de prioriteit van de politiek in eerste instantie dan ook niet op economisch beleid. De overheid was daardoor in mindere mate gefocust op de mogelijke effecten die deregulering kon hebben. Zo leverden de overheid en de Federal Reserve onder Alan Greenspan de bellenblaas die de bubbel nog verder zou opblazen.

Later in het decennium werden de hoofdrollen vervuld door Ben Bernanke (Federal Reserve) en Hank Paulson (Treasury Department), die vanaf 2006 nauw samenwerkten aan het beperken van de schade die deze zeepbel tot gevolg zou hebben.

Zo ontwierpen ze het meest ambitieuze pakket aan staatssteun in de geschiedenis van de Amerikaanse overheid en Federal Reserve. Door het redden van systeembanken kon een mogelijke catastrofe afgewend worden. Ook werd kwantitatieve versoepeling ontworpen, met behulp waarvan economische stilstand en deflatie het hoofd werd geboden.

Overheidsschuld / BBP

De hierboven getoonde grafiek is gebaseerd op data afkomstig van MeasuringWorth, het IMF en Cambridge University Press.

Inflatie

De hierboven getoonde grafiek is gebaseerd op data afkomstig van Robert Shiller.

De financiële markten: Golfbewegingen

Na de crisis van 2001 klotste bij banken het geld niet bepaald tegen de plinten, waardoor de zoektocht naar rendement zich in toenemende mate op onontgonnen terrein begaf. Dit leidde tot risicovol gedrag gefaciliteerd door relatief nieuwe en complexe derivaten.

Zo waren er de inmiddels bekende mortgage-backed securities (MBS), oftewel obligaties bestaand uit een bundeltje hypotheken. Ze hebben twee grote voordelen: (1) ze maken beleggen in de huizenmarkt veel toegankelijker, (2) het bundelen brengt risicospreiding aan.

In beginsel niets slechts dus. Problemen ontstonden echter bij de manier van bundelen. Zowel banken als rating agencies waren in hun modellen veel te optimistisch over het kredietrisico. Zolang de markt steeg was dat geen probleem, maar bij een vertraging op de huizenmarkt kon dit snel fout gaan.

Dat het fout kon gaan ontging niet iedereen en leidde tot weer een ander product: de credit default swap (CDS). De analogie is veel gebruikt, maar hij is dermate treffend dat ik hem graag leen: een CDS werkt als een brandverzekering die niet over uw eigen huis, maar dat van een ander wordt afgesloten. De CDS stelde speculanten dus in staat short te gaan, waarvoor banken in ruil premie ontvingen.

De komst van deze derivaten gaf de dynamieken van golfbewegingen en schokken die we al zo vaak hebben gezien een hefboomwerking. Als het fout zou gaan, dan ging het goed fout. Het verloop van de aandelenmarkt reflecteerde dat.

S&P Composite Index

De hierboven getoonde grafiek is gebaseerd op data afkomstig van Robert Shiller.

Toen de huizenmarkt afkoelde en het sentiment begon te draaien, ging het hard. De schuldenberg was veel te hoog om de klap op te vangen, waardoor veel aandeelhouders geforceerd werden hun posities te sluiten en de aandelenmarkt nog sneller daalde.

De yield op staatsobligaties bevond zich nog altijd in een neerwaartse trend. Door het ruime rente- en overheidsbeleid tijdens de kredietcrisis dook de yield in die periode nog verder omlaag.

10-jaarsrente (US T-bonds)

De hierboven getoonde grafiek is gebaseerd op data afkomstig van Robert Shiller.

Gesteund door de verhoogde productiecapaciteit en -behoefte van opkomende economieën presteerde de grondstofmarkt erg sterk gedurende dit decennium. Naarmate het duidelijker werd dat er in de huizenmarkt sprake was van een bubbel, vloeide meer vermogen in grondstoffen, wat ook die prijzen behoorlijk opdreef. Dat effect werd snel gekeerd in de kredietcrisis.

Grondstofprijzen (index)

Deze grafiek is gebaseerd op de Bloomberg Commodity Index, afkomstig van Bloomberg LP.

Goud was dat betreft de lachende derde. De goudprijs liftte mee op de grondstoffenboom, en bleek tijdens de crisis bovendien een effectief beschermmiddel tegen deflatierisico. Daardoor mocht de goudbezitter in dit decennium een behoorlijk rendement bijschrijven.

Goudprijs in $

De hierboven getoonde grafiek is gebaseerd op data afkomstig van MeasuringWorth.

Als het stof is neergedaald

De financiële crisis van 2008 was de heftigste sinds de Grote Depressie en had verstrekkende gevolgen voor de samenleving, op economisch vlak maar ook op sociaal vlak. De taart was duidelijk kleiner geworden, maar op de vraag wie daarvoor op moest draaien gaf niet iedereen hetzelfde antwoord. Eén ding is zeker; met aan het hoofd een kenner van de Grote Depressie nam de Federal Reserve een pioniersrol op zich. Welke rol zou het daaruit volgend beleid hebben in het decennium wat volgde?

Meer uit deze serie

Dit artikel is onderdeel van een serie van twaalf artikelen waarin wordt besproken wat we kunnen leren van 100 jaar beleggen.


Naar het overzicht


Beleggen kent risico’s. Uw inleg kan minder waard worden.

Ook beleggen bij Binck?


Beleggen doet u bij BinckBank. Of u het graag zelf doet of wilt laten doen, bij BinckBank bent u aan het juiste adres.

Nu u hier toch bent...


Zoals u kan zien maken we u graag wijzer met nieuws, inspiratie en kansen.
Wilt u weten wat BinckBank u nog meer te bieden heeft?