Welkom bij binck

Informatie over Fundcoach

 

Het kiezen van een fonds
Zoals u heeft kunnen lezen heeft u bij beleggingsfondsen veel keuze. Niet alleen zijn er veel verschillende soorten fondsen die zich op verschillende markten en producten richten, ook zijn er veel aanbieders.

Wat betreft de markten en sectoren blijft de keuze vaak gebaseerd op uw inschatting van de ontwikkelingen in de wereld. Als u denkt dat het economisch beter gaat in de Verenigde Staten of in de vastgoedsector, dan kunt u een beleggingsfonds uitzoeken dat hierop aansluit.

Morningstar-rating
Hoe vindt u nu het best presterende beleggingsfonds? Veel beleggers gebruiken de expertise van Morningstar. De meeste fondsen worden beoordeeld door Morningstar. Morningstar is de grootste onafhankelijke instantie die beleggingsfondsen op objectieve criteria met elkaar vergelijkt, onder andere via de Morningstar-rating. U kunt beleggingsfondsen op verschillende criteria met elkaar vergelijken.

De Morningstar-rating is een maatstaf voor de prestaties en risico’s ten opzichte van andere fondsen in dezelfde categorie. De rating is gebaseerd op de Stutzer-index en maakt gebruik van drie jaar rendementshistorie. Daarbij worden de voor risico gecorrigeerde rendementen vergeleken met soortgelijke fondsen in dezelfde categorie . De beste 10% in een bepaalde categorie krijgt vijf sterren, de volgende 22,5% krijgt vier sterren, de middelste 35% krijgt drie sterren, de volgende 22,5% krijgt twee sterren en de slechtst presterende 10% krijgt één ster. Niet alle fondsen hebben een rating. Sommige fondsen bestaan nog niet lang genoeg, of de informatie is onvolledig. Ook kan het zijn dat de categorie te klein of te divers is om tot een zinvolle rating te komen. Het niet hebben van een rating hoeft niets te zeggen over de kwaliteit van het fonds.

Op de website van Binck Fundcoach is bij ieder beleggingsfonds duidelijk aangegeven wat de Morningstar-rating van het fonds is. Zo ziet u in een oogopslag welk rendement u kunt verwachten en wat voor risico hierbij hoort.

Rendement en benchmark
Het eerste waar beleggers vaak naar kijken is het historisch rendement: hoe heeft een beleggingsfonds in het verleden gepresteerd? Het is belangrijk om te werken met een vergelijkingsmaatstaf, ofwel een benchmark.

Rendement in verhouding met de benchmark
Als er gekeken wordt naar de temperatuur van een dag in juni, bijvoorbeeld 16 juni, dan zou u kunnen zeggen dat het met 24 graden warm is geweest. Er is echter informatie nodig over alle andere dagen in juni om iets te zeggen over de warmte ten opzichte van de rest van de maand. Misschien was 16 juni wel de koudste dag van de gehele maand, of verreweg de warmste.
Zo werkt het met rendementen ook. Een beleggingsfonds dat zich richt op de Aziatische markt en dat in een jaar 15% rendement behaalt, lijkt het op het eerste gezicht goed te doen. Als echter bekend wordt dat de hele markt in dit gebied gestegen is met 20%, kijkt u er toch met een andere blik naar.

De benchmark is vaak het gemiddelde waartegen u het presteren van een enkeling afzet. De benchmark is bij beleggingsfondsen altijd een bepaalde index. Het is wel belangrijk om een passende index te vinden. De AEX-index zou bijvoorbeeld geen goede vergelijkingsmaatstaf zijn voor een fonds dat zich enkel op Chinese aandelen richt.

Als u kunt kiezen uit twee beleggingsfondsen, waarbij het ene fonds beter en het andere minder dan de index presteert, zou u op basis hiervan voor de outperformer kunnen kiezen. Presteren ze allebei minder, dan is het wellicht beter om op zoek te gaan naar een ander fonds.

Risico
Vaak is het, naast het behaalde rendement in het verleden, nog veel belangrijker om te kijken naar het risico wat aan het beleggingsfonds verbonden is. Veel beleggers zouden, als ze de verliezen en rendementen zien van de onderstaande fondsen, kiezen voor fonds A.

Fonds A Fonds B
Jaar 1 +35% +12%
Jaar 2 -20% +4%
Jaar 3 -15% +4
Jaar 4 +25% +10%
Jaar 5 +10% +5%

Door de hoge positieve uitslagen bij fonds A, lijkt het of de kans op een hoog rendement hoger is dan bij fonds B. Deze redenering klopt! Maar er wordt vaak vergeten dat het risico bij fonds A ook een stuk groter is. De fluctuaties waarmee het rendement behaald werd, zijn vele malen groter bij A, terwijl de groei minder volatiel (beweeglijk) was dan bij B.

In het voorbeeld is het rekenkundig gemiddelde gelijk, namelijk 7%. Dit getal is simpel te verkrijgen.
U telt alle rendementen bij elkaar op en deelt het door het aantal jaren.

Het meetkundig gemiddelde toont echter een andere uitkomst. Het meetkundig gemiddelde houdt rekening met wat er jaar op jaar gebeurt. In het geval van fonds A was dat in jaar 1 een stijging van 35%. In het tweede jaar was er een verlies van 20%, etc.

Stel, uw beginbedrag was bij beide fondsen € 10.000 was. De berekening is dan als volgt:

10.000 * 1,35 (35%) * 0,8 (-20%) * 0,85 (-15%) *1.25 (25%) * 1.10 (10%).

Wanneer u vervolgens dezelfde berekening voor fonds B uitvoert, komen de behaalde rendementen er als volgt uit te zien:

Fonds A: € 12.622,50 = 26,2%
Fonds B: € 13.991,60 = 39,9%

Behaalde rendementen alleen zijn dus niet zaligmakend. U moet het behaalde rendement altijd in relatie zien tot het risico waarmee het behaald is. Risico is dus zeer belangrijk. En om dat risico in kaart te brengen, wordt vaak gekeken naar de grootte van de uitslagen rondom het gemiddelde. Ook wel de volatiliteit genoemd. Hieronder ziet u dit grafisch weergegeven.





Sharpe-ratio
Iemand die zich met uitslagen rondom het gemiddelde bezig hield was W.F. Sharpe. Sharpe wilde de prestatie van een belegging meten. Hij keek hierbij niet alleen naar het absolute rendement, maar was ook geïnteresseerd in de manier waarop dit rendement was behaald. Met andere woorden, is er in de tussenliggende periode veel of weinig risico gelopen?

De Sharpe-ratio als risico-indicator
Deze blik, die niet alleen op winst maar ook op risico is gericht, komt tot uiting in de Sharpe-ratio. Deze ratio vertelt u dus iets over het rendement in relatie tot het gelopen risico. Hoe hoger de Sharpe-ratio, hoe beter de risico-rendementverhouding van de investering. Twee beleggingsfondsen die een gelijk rendement scoren, zijn dus niet noodzakelijk identiek. De keuze voor het beleggingsfonds met de hogere Sharpe-ratio, zou de verstandigste keus zijn. Een ratio van boven de 1 wordt over het algemeen als goed beschouwd.

Kosten
Een beleggingsfonds wordt actief beheerd. En dat beheer kost geld. Een goede indicatie van de kosten die de fondsbeheerder berekent, is de Total Expense Ratio (TER). De TER omvat alle kosten nodig voor het beheren van een beleggingsfonds, berekend over een periode van een jaar, en is te vinden in de essentiële beleggersinformatie en in het jaarverslag. TER’s van zowel beleggingsfondsen als ETF’s worden ook op de website van Binck Fundcoach gepubliceerd. Realiseert u zich echter wel dat voor de aankoop en verkoop transactiekosten in rekening worden gebracht. Deze kosten zijn overigens eenmalig.

Vorige Assortiment
Volgende ETF's
logo-binck-white